Korte metten met voordeel voor vakbondsleden

Een werkneemster is het niet eens met de toepassing van het sociaal plan. In dat plan krijgen de leden van FNV Bondgenoten een hogere vergoeding bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst dan medewerkers die geen lid zijn van de bond. Daar kan een verschil in zitten van 53 procent. 
De kantonrechter in Utrecht is duidelijk in zijn oordeel over deze uitzondering voor vakbondsleden.
 
Als een werkneemster ontslag krijgt wegens bedrijfseconomische redenen stapt ze naar de kantonrechter. Ze is het niet eens met de hoogte van haar ontslagvergoeding uit het sociaal plan (één bruto maandsalaris per dienstjaar met een maximum van zes maanden). Ze vindt het niet terecht dat daarin een uitzondering wordt gemaakt voor leden van FNV Bondgenoten. Die krijgen anderhalf bruto maandsalaris per dienstjaar met een maximum van twaalf maanden. Het verschil tussen haar vergoeding en die van een FVN-lid is 53 procent. Ze vindt dat de bepaling uit het sociaal plan is strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
 
Uitspraak kantonrechter
De kantonrechter beroept zich op een eerdere uitspraak van de Hoge Raad. Volgens de kantonrechter zouden de vakbonden in de onderhandelingen over collectieve arbeidsvoorwaarden het belang van werknemers in het algemeen moeten dienen. De vakbond had in de onderhandelingen de eis gesteld dat de bepaling voor de vakbondsleden daarin opgenomen moest worden. De rechter ziet dat niet als een uitvloeisel dat het algemeen belang ten goede komt, maar alleen en uitsluitend de leden van de bond. 
Omdat het verschil van meer dan 50 procent in ontslagvergoeding niet in de buurt komt van een klein verschil tussen de bepalingen vindt de kantonrechter dat het toepassen van het plan onbillijk is en veroordeeld de werkgever om de vakbondslidvergoeding toe te kennen. Ze krijgt nu een vergoeding van € 27.377,92 in plaats van €  12.824,56.