7+8+8 maandcontracten voor tijdelijk personeel

Als de Wet werk en zekerheid per 1 juli 2014 wordt ingevoerd dan veranderden ondermeer de regels voor het in dienst nemen en houden van tijdelijk personeel. Naar verwachting zullen veel werkgevers daarbij gebruik maken van de 7+8+8 formule. Wat doet de OR?
 
Werkgevers bieden dan eerst een contract aan voor 7 maanden aan tijdelijk personeel. Bij wederzijdse tevredenheid kunnen er dan nog twee arbeidsovereenkomsten van 8 maanden volgen. In het totaal is de werknemer dan 23 maanden in dienst geweest. Als de werkgever besluit om geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te gaan, dan is hoeft hij geen transitievergoeding te betalen. Dat moet wel als de arbeidsovereenkomst twee jaar of langer duurt. Een ander bijkomend voordeel (vanuit werkgeversoogpunt gezien) is dat in het eerste contract van 7 maanden een proeftijd mag worden opgenomen. Het wetsvoorstel bevat de bepaling dat het opnemen van een proeftijd in een contract van 6 maanden of korter niet meer is toegestaan.
Met de formule zullen werkgevers proberen om de bepalingen uit de wet in hun voordeel te laten uitwerken. 
 
Rol Ondernemingsraad
De OR kan in de invoering van de wet aanleiding zien om met de bestuurder overleg te hebben over de gevolgen ervan voor het personeelsbeleid. Veel organisaties en bedrijven hebben een flexibele schil, waarin tijdelijk personeel werkzaam is. Op die manier worden pieken en dalen in werkdruk, orders, vakanties e.d. opgevangen. De 7+8+8 formule heeft daar invloed op. De OR kan in zijn overleg met de bestuurder afspraken maken over het beleid op het gebied van flexibel personeel. Is er nog sprake van goed werkgeverschap als flexibel personeel volgens deze formule werkzaam is? Ze kunnen in hun proeftijd gemakkelijk ontslagen worden, hebben geen transitievergoeding om van werk naar werk te komen en lopen een aanstelling voor onbepaalde tijd mis. Wijzigingen in het aanstellingsbeleid zijn instemmingsplichtig.