COR te laat met inroepen nietigheid

Als de Centrale Ondernemingsraad (COR) van Shell het niet eens is met een wijziging in een pensioenregeling wordt nietigheid ingeroepen. Dat klinkt als een verbale aangelegenheid, maar het moet wel degelijk schriftelijk en hiervoor geldt ook nog eens een termijn.
 
De COR stuurt beroept zich precies één maand na een presentatie aan de COR over de wijzigingen in de pensioenregeling op nietigheid van het besluit. Maar de kantonrechter geeft aan de COR al zo’n half jaar op de hoogte was van alle ins & outs van de plannen van de werkgever. In die plannen wordt al vooruitgelopen op wijzigingen in de pensioenwetgeving. De COR was daarvan al een jaar lang op de hoogte. 
De kantonrechter stelt dus dat de COR de wettelijke termijn van één maand heeft overschreden en het beroep van de COR daardoor niet ontvankelijk word verklaard.
 
Misbruik van het procesrecht
De Shell beticht de COR ervan misbruik te maken van het procesrecht door zo’n kansloze procedure te starten bij de kantonrechter. De Shell ziet de procedure als een juridische vorm van een protestactie door de COR. De kantonrechter is het niet met die stelling eens. Enerzijds omdat tijdens de zitting de directie het vertrouwen in de COR heeft uitgesproken, anderzijds omdat het verzoek van de COR niet zo kansloos leek of hoefde te zijn. Zo’n beetje standaard proberen ondernemers de OR te laten veroordelen tot het betalen van de proceskosten, maar artikel 22a van de WOR bepaald dat dit niet kan, zodat te allen tijde de ondernemer voor de proceskosten opdraaid.
 
Zelf de uitspraak van de kantonrechter lezen? Klik hier