Vanaf 1 juli 2015 verplicht investeren in scholing

Bij goed werkgeverschap hoort scholing van werknemers. Zeker als dat nodig is voor het blijven voldoen aan de eisen die een functie aan werknemers stelt. Dat geldt ook als de functie komt te vervallen en medewerkers scholing nodig hebben om hun nieuwe functie te kunnen uitvoeren. Dat is de strekking van een onderdeel van de Wet werk en zekerheid die aan de Eerste Kamer wordt voorgelegd. Met het instemmingsrecht van de OR op de scholingsplannen van de organisatie is dat wel iets om in de gaten te houden.
 
Het amendement bepaalt ook dat een werknemer niet mag ontslagen mag worden op grond van disfunctioneren als zijn ongeschiktheid komt doordat onvoldoende is geïnvesteerd in scholing. Een werknemer mag straks alleen ontslagen worden als daarvoor een redelijke grond bestaat én herplaatsing (met of zonder scholing) van de werknemer niet mogelijk is. 
Op de werkgever rust ook de verplichting om zijn personeel te scholen als functies komen te vervallen of als hij zijn functie niet langer kan vervullen. Denk hierbij aan medewerkers die arbeidsongeschikt zijn geworden voor hun eigen functie en in het kader van het tweede spoor opleiding nodig hebben om een nieuwe functie te kunnen vervullen.
 
Instemming OR nodig
De wijziging in de wet maakt – als de Eerste Kamer ook akkoord gaat- het mogelijk nodig dat opleidingsplannen van organisaties worden aangepast. Zo’n wijzigingsbesluit is instemmingsplichtig (artikel 27, 1e lid – onderdeel f). Zet het onderwerp tijdig op de overlegagenda. Met een deugdelijk opleidingsplan wordt de organisatie als vanzelf een betere werkgever.