Wetsvoorstel Wet werk en zekerheid door Tweede Kamer

Op dinsdag 18 februari 2014 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Werk en zekerheid aangenomen. Daaraan vooraf ging een stemprocedure over een reeks aan amendementen op het wetsvoorstel. Zo wil de Tweede Kamer dat kleine bedrijven worden ontzien, bijvoorbeeld voor het betalen van de tranisitievergoeding.
 
Scholing voor functie
Het amendement Weyenberg is aangenomen, zodat de werkgever de werknemer in staat moet stellen om scholing te volgen die voor zijn functie. Maar ook als zijn functie komt te vervallen of de werknemer die niet langer uitkan voeren. Het doel is dat de werknemer door die scholing toch in dienst kan blijven..
 
Herplaatsing
Het amendement Dijkgraaf voegt een zin toe aan het wetsvoorstel: ‘Herplaatsing ligt in ieder geval niet in de rede indien sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e’. Het zorgt ervoor dat het herplaatsen van een werknemer die verwijtbaar heeft gehandeld of nalatig is geweest niet verplicht is.
 
Bedenktijd bij beëindigingsovereenkomst
Door het amendement-Van Nieuwenhuizen-Wijbenga/Hamer krijgt een werknemer drie weken bedenktijd als hij met de werkgever een beëindigingsovereenkomst heeft afgesproken. Binnen deze drie weken heeft de werknemer het recht om de beëindigingsovereenkomst, zonder opgaaf van redenen, te ontbinden of zijn instemming te herroepen.
 
Beperken transitievergoeding in kleine bedrijven
Werkgevers met minder dan 25 werknemers mogen bij de berekening van de omvang van de verschuldigde transitievergoeding uitgaan van de duur van het dienstverband te rekenen vanaf 1 mei 2013. Daarmee wordt aangesloten bij de datum van 11-4-2013, dat is de datum waarop het sociaal akkoord is gesloten. Dienstjaren gelegen voor die datum blijven bij de berekening van de omvang van de transitievergoeding buiten toepassing. Voor dienstjaren gelegen na die datum geldt dat de werkgever wist of in redelijkheid kon weten dat hij in de toekomst een transitievergoeding verschuldigd zou zijn en daarvoor een reservering moest doen. De kleine werkgever kan van deze regeling gebruik maken bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen maar alleen als dat ontslag is ingegeven door de slechte financiële situatie waarin de werkgever verkeerd (wat veelal gepaard zal gaan met een vermindering van werkzaamheden). Die slechte financiële situatie zal moeten blijken uit onder meer jaarrekeningen over de drie voorafgaande jaren en een prognose over de eerstvolgende zes maanden (deze voorwaarden moeten nader worden nog uitgewerkt in een ministeriële regeling). De overgangsregeling geldt dus alleen voor ontslag om bedrijfseconomische redenen als hiervoor bedoeld. Als geen sprake is van een slechte financiële situatie, geldt de regeling niet.
 
De Tweede Kamer heeft de minister ook gevraagd om de mogelijkheden en de voor- en nadelen van een meerjarig tweede contract te onderzoeken en hierover met de sociale partners te overleggen. Er bestaan zorgen over – voor jonge – werknemers die mogelijk nu na twee flexibele contracten weer werkloos worden. 
 
Het is de bedoeling dat de wet al op 1-7-2014 in werking treedt. Voor die tijd moet dan de Eerste Kamer het voorstel nog aannemen en de wet in het Staatsblad gepubliceerd worden.
 
  • Zelf het wetsvoorstel lezen? Klik hier
  • Zelf de wijzigingen op het voorstel lezen? Klik hier