Sociaal plan OR naar de prullenbak

Een OR-lid wordt wegens bedrijfseconomische redenen ontslagen. Zijn OR heeft ingestemd met een sociaal plan dat door de OR met de bestuurder is afgesproken. Omdat een OR-lid alleen via een procedure bij de kantonrechter kan worden ontslagen komt dat ontslag daar voor behandeling terecht. De kantonrechter verwijst in zijn uitspraak het sociaal plan naar de prullenbak.
 
OR en bestuurder spreken een sociaal plan af als daarvoor door bedrijfseconomische redenen aanleiding toe is. Het gaat niet goed met het aannemingsbedrijf. In het sociaal plan is afgesproken dat indien een boventallige werknemer van 59 jaar of jonger binnen tien dagen na het aanzeggesprek en de mededeling van boventalligheid meewerkt en instemt met een be√ęindigingsovereenkomst, aanspraak wordt gemaakt op een vergoeding met een correctiefactor uit de kantonrechtersformule van C=0,5 dan wel 1,5 (voor werknemers van 45 tot 55 jaar).
 
De rechter toetst of het ontslag niet samenhangt met het lidmaatschap van de OR. Daar is – ook volgens de werknemer zelf – geen sprake van. Maar de kantonrechter wijkt ook af van het sociaal plan, omdat het niet met representatieve vakbonden is overeengekomen maar met de OR. Kantonrechters hebben in hun instructie staan dat een alleen een sociaal plan dat door representatieve vakorganisaties is afgesloten met de werkgever doorslaggevend is bij het bepalen van de ontbindingsvergoeding. 
Omdat de werkgever geen inzage heeft gegeven in zijn vermogenspositie krijgt het OR-lid een ontslagvergoeding met de neutrale correctiefactor van C=1.
 
Zelf de uitspraak lezen? Klik hier