Instemmingsrecht OR op pensioenregeling

De Hoge Raad heeft een uitspraak gedaan over een geschil dat de OR met de bestuurder had over het instemmingsrecht op een pensioenregeling. De OR was – na een uitspraak door het hof – in hoger beroep gegaan. De Ondernemingsraad had niet ingestemd met een wijziging in de pensioenregeling. Vervolgens geeft het hof vervangende instemming, maar doet niets met de argumenten van de Ondernemingsraad. Bij de Hoge Raad kreeg de OR gelijk. 
 
Het geschil zit in een wijziging van de pensioenregeling. De werkgever wilde de onregelmatigheidstoeslag uit de pensioengrondslag halen en had daarvoor een instemmingsverzoek aan de OR gedaan. De OR is het daar niet mee eens en stemt niet in. Daarop stapt de werkgever naar het hof om vervangende instemming te vragen. De werkgever krijgt die vervangende instemming. De OR ziet de pensioenverzekering als een primaire arbeidsvoorwaarde en de OR vond de argumentatie van het hof niet overtuigend en ging in beroep.
 
De Hoge Raad doet een heldere uitspraak over de status van een pensioenverzekering en het instemmingsrecht van de OR. De wetgever heeft er destijds voor gekozen de pensioenverzekering niet te zien als primaire arbeidsvoorwaarde (daar gaat een OR niet over), maar als een secundaire arbeidsvoorwaarde. En daarop heeft de OR wel instemmingsrecht. Het is dan ook terecht dat de werkgever voor het wijzigen van die regeling instemming aan de OR heeft gevraagd. 
De Hoge Raad vindt ook dat het hof in zijn beoordeling geen rekening heeft gehouden met de argumenten die de OR heeft aangeleverd om niet met de gewijzigde pensioenverzekering in te stemmen. En dat had wel gemoeten, omdat vervangende instemming alleen maar mogelijk is als de argumenten van de werkgever zwaarder wegen dan die van de OR om niet in te stemmen. Het hof heeft die argumenten niet meegewogen. Daarom wordt de zaak terugverwezen naar het hof om opnieuw behandeld te worden. 
 
Zelf de uitspraak van Hoge Raad lezen? Klik hier