Pensioenakkoord bepaalt de portemonnee van later

Met oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP heeft het kabinet een pensioenakkoord gesloten. Het akkoord is bepalend voor vulling van de portemonnee die elke werknemers na zijn pensioen heeft. Het betekent vooral dat met behulp van belastingaftrek opbouwen van extra pensioen beperkt wordt. In dit artikel de andere veranderingen uit het akkoord.
 
  1. Vanaf 2015 mag er jaarlijks met fiscale hulp 1,875 procent van het inkomen voor pensioen worden gespaard. Op dit moment is de maximale pensioenopbouw nog 2,25 procent.
  2. Door de lagere en langere pensioenopbouw kunnen de pensioenpremies ook oplaag. Desalniettemin hebben een aantal pensioenfondsen aangegeven dat ze dat niet gaan doen. Een verlaging van de premies heeft positieve gevolgen voor de koopkracht van de werknemer en het kabinet had graag gezien dat er meer geld wordt besteed.
  3. Er komt een vrijwillige spaarregeling voor inkomens van meer dan een ton, want de pensioenopbouw van 1,875 procent geldt alleen voor inkomens tot dat bedrag. 
  4. Voor zzp’ers komt er een apart pensioenfonds. Dat zorgt er voor dat ze dan niet meer hun pensioenreserves moeten aanspreken als zij onverhoopt in de bijstand belanden.
  5. Door de afspraken uit het akkoord wordt er ook ingegrepen in de subsidies om oudere werknemers aan het werk te houden en minder bij te dragen aan lastenverlichting voor het bedrijfsleven.
  6. Door de langere opbouw van pensioen – we gaan immers later met pensioen dan vroeger blijft het mogelijk om een goed pensioen op te bouwen. Met een jaarlijks opbouwpercentage van 1,875 kan in 40 jaar een pensioen worden gespaard van 75 procent van het gemiddelde inkomen.