OR neemt onredelijke beslissing

Het instemmingsrecht van de OR maakt het mogelijk om niet in te stemmen met een instemmingsverzoek van de bestuurder. Maar die heeft ook de mogelijkheid om bij de kantonrechter om vervangende instemming te vragen. Die vervangende instemming krijgt de bestuurder als hij een zwaarwegend bedrijfsbelang kan aantonen of als de OR een onredelijke beslissing heeft genomen. En juist dat laatste is door de kantonrechter als argument gebruikt in een uitspraak over het afschaffen van stoelmassages voor het personeel.
 
De groepsondernemingsraad (GOR) van een ministerie stemt niet in met een voorgenomen besluit om stoelmassages af te schaffen. De bestuurder berekent een voordeel van meer dan twee ton per jaar, maar de GOR is niet overtuigd van deze besparing. De GOR vindt dat niet is onderzocht of deze massages een gunstig effect hebben op het ziekteverzuim en de werkprestaties van het personeel op de stoel. Mogelijk lopen de kosten van verzuim en onderproductie wel op. Daarom stemt de GOR niet in .
 
Als de bestuurder naar de kantonrechter stapt om vervangende instemming te vragen voor het afschaffen van de massages krijgt hij daar gelijk. Volgens de kantonrechter kan de ondernemingsraad niet in redelijkheid van de bestuurder verlangen dat er onderzoek wordt gedaan naar nut en effect van stoelmassages. Dat komt ook omdat de bestuurder heeft gesteld dat enig wetenschappelijk bewijs van het nuttig effect van deze massages ontbreekt. De OR heeft dat niet tegengesproken. 
Daarom komt de kantonrechter tot het oordeel dat de OR niet redelijk gehandeld heeft en geeft dan ook instemming aan de bestuurder om de massages af te schaffen. 
 
Zelf de uitspraak lezen? Klik hier