Instemming OR nodig voor wijziging tijd-voor-tijdregeling

Als een werkgever een ongunstigere tijd-voor-tijdregeling invoert zonder de Ondernemingsraad om instemming te vragen, roept de OR in kort geding bij de kantonrechter de nietigheid van dat besluit in. Daar krijgt de OR gelijk.
 
Het bedrijf heeft een eigen tijdbankregeling. Daarin wordt inleggen en opnemen van tijd-voor-tijd mogelijk. De bestuurder wijzigt eenzijdig de regeling en vraagt daarvoor geen instemming aan de OR. Die stapt vervolgens een week later naar de kortgedingrechter om de nietigheid van de gewijzigde regeling in te roepen, ook te verbieden om de regeling uit te voeren en een dwangsom op te leggen als de ondernemer dat niet doet.
 
Oordeel van de kantonrechter
De kantonrechter oordeelt dat er een wijziging van een arbeids- en rusttijdenregeling conform artikel 27 lid, onderdeel 1, lid a WOR aan de orde is. Doordat in de nieuwe regeling de keuzevrijheid van medewerkers om zelf te bepalen wanneer tijd werd opgenomen is komen te vervallen, is er daadwerkelijk sprake  van een gewijzigde regeling. De kantonrechter wijst de eisen van de OR vervolgens toe, inclusief het verzoek om een dwangsom op te leggen. Die bedraagt 5000 Euro per overtreding, tot een maximum van 250 duizend Euro.
 
De OR heeft – gezien het spoedeisende belang – gebruik gemaakt van een kortgedingprocedure bij de kantonrechter. Normaal gesproken kan een OR overwegen om eerst vrijwillige bemiddeling te vragen bij de bedrijfscommissie en zonodig  -middels en verzoekschrift – een uitspraak aan de kantonrechter vragen. Andere vormen van conflictoplossing als vrijwillige mediation of arbitrage zijn natuurlijk ook mogelijk.
 
Kantonrechter Limburg (kort geding), n.g., zaaknummer 2403887 \ CV EXPL 13-10055