Rechter akkoord met sociaal plan zonder OR-goedkeuring

Een boventallige werknemer kan een beroep doen op een sociaal plan, maar dat plan is niet met bonden of met de Ondernemingsraad afgesproken. Ze vindt daarom haar ontslag kennelijk onredelijk en start een ontslagprocedure bij de kantonrechter. Ze wil een aanvullende schadevergoeding.
 
De werkgever vraagt collectief ontslag aan voor 23 boventallige medewerkers. Ze kunnen een beroep doen op een beperkt sociaal plan dat voorziet ineen aanvulling op de WW. De werkgever heeft geen goedkeuring van de bonden gekregen voor dit plan en ook de OR is er niet mee akkoord gegaan. Die heeft ook nog eens negatief geadviseerd over de reorganisatie.
Eén van de boventallige medewerkers start een ontslagprocedure bij de kantonrechter, omdat ze slechte vooruitzichten heeft op de arbeidsmarkt en ze benadeeld wordt door een sociaal plan dat niet met bonden en OR is afgesproken. Bij de kantonrechter krijgt de werkneemster geen gelijk en gaat vervolgens in hoger beroep bij het Gerechtshof.
 
Uitspraak
Bij het Gerechtshof wordt nog eens bevestigd dat het sociaal plan niet is goedgekeurd en dat de OR negatief over de reorganisatievoorstellen heeft geadviseerd. De Ondernemingsraad heeft geen verdere acties ondernomen tegen het besluit en heeft ook afgezien van de maand wachttijd waarin de raad eventueel beroep zou kunnen aantekenen tegen het definitieve besluit van de bestuurder.
De bestuurder vindt dan ook dat de OR de noodzaak om in te grijpen heeft onderkend, en dat het negatieve advies te aken heeft met de verwachting van de OR dat de geschatte omzet niet gehaald zou kunnen worden met de overblijvende medewerkers en het verlies aan kennis en ervaring. 
Het Gerechtshof vindt de uitleg acceptabel en vindt dan ook dat het gegeven dat het sociaal plan geen goedkeuring van bonden en OR heeft geen reden is om het opzeggen van de arbeidsovereenkomst onredelijk te vinden. Ook in haar leeftijd en de duur van de arbeidsovereenkomst ziet het Gerechtshof geen reden om het ontslag kennelijk onredelijk te vinden. De werkneemster wordt in het ongelijk gesteld.
 
De rol van de OR bij collectief ontslag
Bij het collectief ontslag van werknemers  – in drie maanden 20 of meer medewerkers – heeft de ondernemer de verplichting om vakorganisaties te raadplegen en een inspanningsverplichting om tot overeenstemming te komen over de maatregelen – meestal vervat in een sociaal plan – om de gevolgen voor het personeel op te vangen. Maar als er geen overeenstemming te bereiken valt, dan kan de ondernemer het sociaal plan eenzijdig toepassen, ook als de OR zijn goedkeuring eraan onthouden heeft. De Ondernemingsraad heeft adviesrecht als het gaat om een belangrijke wijziging in de organisatie (Artikel 25, 1e lid onderdeel d). 
 
Zelf de uitspraak lezen? Klik hier