Vierde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

De flexwet bepaalt dat er na drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd moet worden aangeboden. En dat is precies wat een werkgever doet, maar hij levert er ook direct een vaststellingsovereenkomst bij, waardoor de arbeidsovereenkomst al bij aanvang ook een einddatum kent. De werknemer is het niet met die gang van zaken eens en stapt naar de kantonrechter. De werkgever gaat in beroep als hij bij de kantonrechter het geschil met zijn werknemer verliest.
 
De constructie met de vaststellingsovereenkomst zorgt ervoor dat – ook al is er op papier sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd – de arbeidsovereenkomst in de praktijk voor bepaalde tijd werkzaam is. De werknemer betoogt bij de rechter dat die vaststellingsovereenkomst is opgedrongen en eist dat hij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd krijgt. In de vaststellingsovereenkomst heeft de werkgever allerlei arbeidsrechtelijke valkuilen te vermijden. De arbeidsovereenkomst wordt na het derde tijdelijke contract alleen maar verlengd als de werknemer bij voorbaat al akkoord gaat met een vooraf gestelde datum.
De kantonrechter verklaart deze vaststellingsovereenkomst nietig, omdat die in strijd is met de regeling over de keten van arbeidsovereenkomsten. De werkgever wordt in het ongelijk gesteld en moet de werknemer een vergoeding van € 50.000 betalen. Daarop gaat de werkgever in hoger beroep.
 
Hoger beroep
In het hoger beroep maakt het hof een duidelijk andere afweging dan de kantonrechter. Het hof vindt dat door de in de vaststellingsovereenkomst genoemde einddatum die niet tot een tijdelijke arbeidsovereenkomst maakt. Daarom is de ketenregeling niet van toepassing en is de werkwijze van de werkgever rechtmatig. Die wordt door het hof in het gelijk gesteld.
 
Slim naar een vierde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd?
Het lijkt erop dat deze werkgever een sluiproute heeft gevonden om een vierde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd af te sluiten, terwijl de ketenregeling dat maar drie keer mogelijk maakt. Het hof is evenwel duidelijk in zijn vonnis. Misbruik van de vaststellingsovereenkomst om de ketenregeling te omzeilen wordt niet geaccepteerd. In zo’n geval zal de overeenkomst worden vernietigd.
 
Zelf het vonnis lezen? Klik hier