Opletten geblazen bij de overdracht van onderneming

Bij de overdracht van een onderneming gaat het personeel – op basis van de Wet overgang van onderneming (WOO) – met alle rechten en plichten over naar de nieuwe werkgever. Daaronder vallen ook de ATV-tegoeden van de werknemers. De oude en de nieuwe werkgever steggelen via de rechter over de vraag wie er voor de kosten daarvan moet opdraaien. Daarover is nu in hoger beroep een uitspraak gedaan. Voor de Ondernemingsraad die met een overgang van onderneming te maken krijgt is dit een wijze les.
 
In de koopovereenkomst staat onder meer opgenomen dat de bestaande arbeidsovereenkomsten ‘as is’ worden overgedragen aan de ondernemer die de onderneming overneemt. Die wil de kosten voor de ATV-tegoeden verrekenen met de verkoopprijs voor de te verkrijgen onderneming. Daarover blijven verkoper en koper het oneens. 
Het Hof oordeelt dat uit de woorden ‘as is’ voortvloeit dat de rechten en plichten van het personeel worden overgedragen in de stand waarin ze zich op dat moment bevinden. Daardoor zijn de kosten voor rekening van de koper van het bedrijf. Het Hof maakt ook korte metten met de stelling van de koper dat die niet wist dat er dergelijke aanspraken zouden zijn. Ze zouden niet zijn genoemd in de onderhandelingen over de verkoop. Het Hof acht het algemeen bekend dat ten aanzien van verlofuren en ATV- rechten uit hoofde van het lopende jaar (en eventueel vorige jaren) een saldo aan aanspraken kan ontstaan. 
 
Rol van de ondernemingsraad
Bij de verkoop van het bedrijf aan een nieuwe eigenaar (verkrijger) is het van belang dat – als de WOO van toepassing is – alle rechten en plichten én de kosten daarvan – van het personeel in kaart worden gebracht. De wet bepaalt dat de werknemers van rechtswege overgaan, maar als de nieuwe werkgever zijn overgenomen financiële verplichtingen niet kan nakomen, dan levert dat op termijn een groot risico op voor het voortbestaan van de onderneming en de werkzekerheid van het personeel.
De OR heeft adviesrecht bij de verkoop van het bedrijf en kan in zijn inhoudelijke advies rekening houden met deze aspecten.
 
Zelf de uitspraak lezen? Klik hier