Gewijzigde WOR van kracht

Met de publicatie in het Staatsblad op 18 juli zijn de wijzigingen in de WOR op de dag erna van kracht geworden. Veel van de wijzigingen zijn al vanaf 1 januari in werking. Zo zijn de GBIO-bijdragen vervallen voor OR-scholingen, is het GBIO zelf opgeheven en betalen de werkgevers geen afdracht meer aan de Belastingdienst voor het stimuleringsfonds voor de OR-scholingen. Voor de Ondernemingsraden is er werk aan de winkel door de wijzigingen in de WOR. Ondermeer doordat het reglement aangepast moet worden.
 

Belangrijkste wijzigingen van de WOR op een rij:
  • Artikel 8: lid 1 wijzigt. OR’en hoeven geen kopie meer van het OR-reglement of -jaarverslag naar de bedrijfscommissie te sturen.
  • Artikel 18: lid 2 wijzigt. De ondernemer is verantwoordelijk voor scholing van OR-leden van voldoende kwaliteit.
  • Artikel 22: krijgt een nieuw lid. Daarin wordt uitdrukkelijk benadrukt dat de kosten van scholing en vorming – zoals bedoeld in artikel 18 lid 2 – voor rekening komen van de bestuurder.
  • Artikel 31: krijgt een nieuw lid. Ondernemingsraden in internationale concerns krijgen recht op informatie over de zeggenschapsverhoudingen binnen het concern.
  • Artikel 36: lid 3 en 4 komen te vervallen. De verplichte bemiddeling van de Bedrijfscommissie in geval van een conflict met de bestuurder komt daarmee te vervallen. Daarmee kan een OR rechtstreeks naar de kantonrechter als dat noodzakelijk wordt geacht. Vrijwillige bemiddeling door de Bedrijfscommissie blijft wel mogelijk.
  • Artikel 9: lid 2b wijzigt. Het handtekeningvereiste komt te vervallen. Kandidaten via een vrije lijst hoeven geen handtekening meer te verzamelen om zich kandidaat te mogen stellen. 
 
De wijzigingen over de kandidaatstelling voor een vrije lijst en het vervallen van de verplichting om reglement en jaarverslag aan de bedrijfscommissie te sturen vragen om een aanpassing van het OR-reglement. (zie ook Handtekening voor vrijelijstkandidaat afgeschaft).