Vaker gezondheidsklachten bij flexwerker

Flexwerkers lopen meer risico op het oplopen van gezondheidsklachten dan de collega’s met een vaste aanstelling. Dat blijkt uit onderzoek door TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De uitzendkrachten, werknemers met allerlei vormen van een tijdelijk contract lopen meer risico op algemene gezondheids- en lichamelijke klachten en emotionele uitputting. Voor de OR een extra argument om deze kwetsbare groep medewerkers beter te beschermen.
 
Veel werkdruk, weinig autonomie in het werk en de lage baanzekerheid zijn de grootste risicofactoren. Daardoor is de kans groter dat de flexwerkers zich vaker ziek melden dan de collega’s met een vaste aanstelling. Voor werkgevers kan een hoog verzuimpercentage bij de flexwerkers na 1-1-2014 behoorlijke financiële gevolgen krijgen. Vanaf die datum gaan werkgevers  – door de modernisering van de Ziektewet –  een gedifferentieerde Ziektewetpremie betalen voor flexwerkers die ziek worden. Als zij aansluitend instromen in de WGA (werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten), krijgt de werkgever ook nog met een hogere WGA-premie te maken. Het gaat hierbij om werknemers met een tijdelijk contract en uitzendkrachten die ziek uit dienst gaan of … binnen vier weken na het einde van hun dienstverband ziek worden (voor uitzendkrachten is het uitzendbureau de werkgever). 
Voor kleine werkgevers verandert er niets: zij blijven een sectorpremie betalen. Middelgrote werkgevers moeten naast deze sectorpremie ook een individuele premie betalen. Grote werkgevers betalen een volledig individueel gedifferentieerde premie. Voor hen zijn de gevolgen van instroom van flexwerkers in de Ziektewet dus het grootst.
Voor de OR kan het financiële argument de bestuurder overtuigen van het nemen van maatregelen om ook voor het flexibele personeel een gezond personeelsbeleid te voeren.
 
Meer informatie over de flexwerkers? Klik hier