Meer flexibele werknemers

In 2012 bestond 16 procent van de beroepsbevolking uit flexibele werknemers. Dat is een stijging van 4 procent in vergelijking met het jaar ervoor. De groei zit vooral in werknemers met een tijdelijk contract, maar wel met uitzicht op een vast dienstverband en de oproepkrachten. Ook het aandeel ZZP-ers is met 3 procent tot 10 procent toegenomen. Maar de flexibiliteit heeft ook een prijs. Naast minder baan- en werkzekerheid is er ook sprake van grotere gezondheidsrisico’s. De Ondernemingsraad bevat dit onderzoek dan ook voldoende aanleiding om het eigen aanname- en vacature beleid in de organisatie eens te evalueren.

 
De uitkomsten rollen uit het onderzoek door CBS en TNO en zijn samengevat in de publicatie ‘Dynamiek op de Nederlandse Arbeidsmarkt: De focus op flexibilisering’. Werknemers met een flexibele arbeidsrelatie worden vaker werkloos of inactief en wisselen vaker van werkgever dan werknemers met een vaste arbeidsrelatie. De verschillen in baanzekerheid tussen verschillende soorten flexibele arbeidsrelaties  zijn groot. Van de werknemers met een tijdelijk contract – maar met uitzicht op een vast dienstverband – is tussen 2011 en 2012 slechts 12 procent uitgestroomd naar inactiviteit of werkloosheid, 15 procent wisselde van werkgever. Bijna de helft heeft een jaar later een vaste arbeidsrelatie bij dezelfde  werkgever. Een derde van de oproepkrachten is werkloos geworden of werkt niet meer, een op de vijf is van werkkring gewisseld. Toch heeft ook een op de acht oproepkrachten in de periode 2007-2010 onafgebroken in dezelfde baan gewerkt.
 

Meer gezondheidsrisico’s

De flexibele werkers hebben vaak te maken met hoge werkdruk en weinig autonomie in hun werk. Ze lopen daardoor meer gezondheidsrisico’s en hebben meer problemen met hun inzetbaarheid dan de collega’s met een vaste arbeidsovereenkomst. Daarnaast zijn er ook minder leer- en ontwikkelmogelijkheden voor het flexibele personeel. 
 

Rol van de Ondernemingsraad

Werkdruk, werkstress, preventie van ziekte en veilig werken zijn belangrijke aandachtspunten voor elke OR. De inzet van flexibel personeel heeft daar grote invloed op. Voor de OR is het van belang op invloed te hebben op deze aspecten van het werk op de werkvloer en het beleid dat de organisatie daarin voorstaat. Ook voor het vaste personeel is het werken met veel tijdelijke collega’s een belasting. Onderzoek in de RI&E en het medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) kan aantonen of het beleid aangepast dient te worden, maar dan moet er wel in deze onderzoeken naar gevraagd worden. De raad kan van zijn instemmingsrecht gebruik maken om daarvoor te zorgen.
 
Zelf het rapport Dynamiek op de Nederlandse Arbeidsmarkt: De focus op flexibilisering’ lezen? Klik hier