Dienstkleding in dit geval niet verplicht

Als een medewerkster volhard in haar weigering om tijdens haar werk een bedrijfspoloshirt te dragen wordt ze ontslagen. Ze stapt naar de rechter om dat ontslag aan te vechten. Die geeft de vrouw gelijk. Volgens de rechter heeft de werkgever niet genoeg gedaan om de oorzaak van haar weigering te onderzoeken. 

De werkgever stelt een bedrijfspoloshirt ter beschikking aan het personeel dat in de verzorging werkt. Ook aan een medewerkster die al 13 jaar in dienst is, maar die weigert het te dragen. Ze vindt – vanwege haar overgewicht – dat haar eigenwaarde en zelfvertrouwen door het dragen van het shirt wordt aantast. Ze doet zelfs een voorstel om kleding in bedrijfskleuren aan te schaffen en het op eigen kosten te laten bedrukken met het logo van het bedrijf.

De werkgever vindt uiteindelijk dat de arbeidsverhoudingen zijn verstoord en vraagt op die gronden ontbinding van de arbeidsovereenkomst aan.
 
Uitspraak kantonrechter
De werkgever mag zijn personeel verplichten om bedrijfskleding te dragen als dat de herkenbaarheid en een professionele uitstraling bevorderd. Maar er was ook een ‘regeling vergoeding dienstkleding’ van toepassing op de arbeidsovereenkomst van de werkneemster. Die regeling geeft werknemers de mogelijkheid gaf om eigen kleding te dragen op het werk. Toen de werkgever het dragen van het poloshirt verplicht stelde was dat een eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden. De Onderdeelcommissie (OC) heeft ingestemd met de wijziging om het dragen van de polo’s te verplichten.
De rechter gaat in zijn oordeel verder in op de vraag welk belang zwaarwegender is: dat van de werkgever of dat van de werkneemster? Een verbod op het dragen van afwijkende kleding vindt de rechter in zijn algemeenheid aanvaardbaar, maar oordeelt in dit geval anders.
Hij vindt de bezwaren van de werkneemster zo groot dat ze haar dertienjarig dienstverband wil riskeren. Een goed werkgever zou daarom een uitzondering mogelijk moeten maken, omdat de psychische schade die door de verplichting door de werkneemster wordt opgelopen mogelijk niet opweegt tegen de voordelen van de bedrijfsuitstraling. Ook had de werkgever meer moeite moeten doen om te onderzoeken welke (psychische) factoren achter de weigering zaten om de bedrijfspolo te dragen. Daardoor kan de rechter ook onvoldoende afwegen of de werkneemster goede gronden had om het dragen van de polo te weigeren. De werkneemster mag daarom niet worden ontslagen.
 
Zelf de uitspraak lezen? Klik hier