OR-brief naar gemeenten valt niet goed

De OR van een stichting voor cultuuronderwijs en amateurkunst stuurt een brandbrief naar muziekverenigingen en gemeenten van waaruit de organisatie gesubsidieerd wordt. De OR-leden krijgen vervolgens een waarschuwingsbrief van de directie, omdat de raad  – zonder medeweten van de directie – relaties van de stichting heeft benaderd. De brief wordt aan hun personeelsdossier toegevoegd. De OR-leden vinden dat de waarschuwingsbrief in strijd is met artikel 20 van de WOR en zo wordt de zaak voorgelegd aan de kortgedingrechter.

Doordat vijf van de zes subsidiërende gemeenten hun subsidie wilden beëindigen is een intentieverklaring opgesteld en is een voorgenomen besluit tot bedrijfsbeëindiging en collectief ontslag aan de OR voorgelegd. De OR heeft daarop negatief geadviseerd, maar ook – zonder medeweten van de directie – een brief gestuurd aan de gemeenten en muziekverenigingen om mee te denken over de toekomt van het kunstencentrum. Daarop krijgen alle OR-leden een waarschuwingsbrief en een verbod om relaties van de stichting te benaderen. De OR-leden vinden dat de waarschuwingsbrief in strijd is met artikel 20 (over de geheimhouding) en artikel 21 van de WOR (overige benadeling), het goed werkgeverschap en ondernemerschap (Burgerlijk Wetboek 7:611 en 2:8) en met een artikel uit hun CAO.
 
Oordeel van de rechter
De kortgedingrechter oordeelt echter anders. Die vindt dat de OR door het schrijven van de brieven buiten hun OR-bevoegdheid zijn getreden. En dat daarmee ook de waarschuwingsbrieven van de directie zijn te rechtvaardigen. Het verbod om zonder toestemming van de directie relaties van de organisatie te benaderen is – volgens de kantonrechter – niet in strijd met wat de WOR bepaald.
 
Zelf de uitspraak lezen? Klik hier