Hoge Raad oordeelt over toepassing Wet overgang van onderneming

De zaak speelt al bijna 9 jaar, maar nu is er – door een uitspraak van de Hoge Raad – echte duidelijkheid voor de werknemers die in dienst van een brouwerij waren en in 2005 zijn overgenomen door een cateringbedrijf. Er ontstond een geschil over het – al dan niet – van toepassing zijn van de Wet overgang van onderneming (WOO). Die wet zorgt er voor dat werknemers automatisch in dienst komen van de overnemende partij en daarbij alle afgesproken arbeidsvoorwaarden behouden. Zowel de brouwer als de cateraar waren van mening dat deze wet niet van toepassing was op de overname van de kantineactiviteiten. Het personeel dacht daar beduidend anders over.

Volgens brouwer Heineken en cateraar Albron zijn de medewerkers niet in dienst van de vennootschap die de cateringwerkzaamheden uitvoert, maar zijn in dienst van de personeelsvennootschap die hen vervolgens detacheert bij de werkmaatschappij. Natuurlijk kan het personeel mee over, maar dan wel onder de – veel mindere – arbeidsvoorwaarden van Albron. Dat zorgt voor een inkomensval van tientallen procenten. De brouwer biedt het personeel wel een ontslagvergoeding, maar op termijn gaan het inkomen van de kantinemedewerkers er fiks op achteruit.
 
De kantonrechter geeft de medewerkers in 2006 gelijk. Die vindt dat in deze situatie de WOO wel degelijk van toepassing is en dat medewerkers bij Albron in dienst genomen moeten worden, echter wel tegen de arbeidsvoorwaarden die bij Heineken van toepassing waren.
Albron gaat in hoger beroep. Daarbij speelt ook de uitleg van een Europese Richtlijn (2001/23/EG) een belangrijke rol. Het Gerechtshof wil van het Europese Hof weten of richtlijn van toepassing is op de situatie tussen brouwer en cateraar. En het Europese Hof vindt die richtlijn van toepassing: ook als het personeel werkt via een personeelsvennootschap en vervolgens permanent gedetacheerd is bij een werkmaatschappij, is bij overdracht van werkzaamheden aan een derde partij heeft het personeel de bescherming van de Europese Richtlijn. Het Gerechtshof neemt de uitspraak van het Europese Hof over en stelt opnieuw Albron in het ongelijk. Vervolgens ontstaat de vraag of de Nederlandse WOO wel een juiste vertaling bevat van de Europese Richtlijn. Als dat niet het geval is, dan zou de rechter de vorderingen van het oud-Heinekenwerknemers – op grond van niet deugdelijke Nederlandse wetgeving – niet mogen erkennen. Er zou zich dan een nieuwe situatie kunnen voordoen waarin de werknemers niet Albron maar de Staat aansprakelijk zou moeten stellen voor de geleden inkomensschade.
Zover komt het niet, omdat het Hof van Justitie oordeelt dat de Nederlandse wet kan worden uitgelegd als een juiste weergave van de Europese Richtlijn. En als Albron in cassatie gaat bij de Hoge Raad, dan wordt het vonnis van het Hof van Justitie bekrachtigd. 
 
Door het oordeel van de Hoge Raad kunnen de  cateringmedewerkers die tot 1 maart 2005 in dienst waren bij Heineken en daarna bij Albron met terugwerkende kracht tot 1 maart 2005 aanspraak maken op de arbeidsvoorwaarden zoals deze op 1 maart 2005 bij Heineken van toepassing waren.
 
Zelf de uitspraak van de Hoge Raad lezen? Klik hier