Ook tijdelijke kracht moet Nederlands spreken

Veel risicovolle arbeid wordt in Nederland door buitenlandse werknemers gedaan. Ook de werknemers die dat werk tijdelijk doen moeten het Nederlands voldoende beheersen om de veiligheidsvoorschriften te begrijpen. Dat is de strekking van een voorstel van minister Asscher (SZW) dat door het kabinet is aangenomen. Vanaf 1 juli 2013 zijn ook buitenlandse werknemers met tijdelijke klussen in risicovolle beroepen verplicht om de Nederlandse taal voldoende te beheersen, ook als het maar om enkele dagen werk gaat. Werknemers uit het buitenland die structureel werken in een gecertificeerd beroep moesten al aan de taaleis voldoen.

De Inspectie SZW gaat deze taaleis controleren. Als werknemers – denk aan asbestverwijderaars of kraanmachinisten – onvoldoende het Nederlands beheersen kan zowel de ondernemer als de medewerker een boete krijgen. Het beheersen van het Nederlands is nodig om veilig te werken en ongevallen  te voorkomen. De uitdrukking ‘van onderen’ als er iets naar beneden valt zal bij iemand die het Nederlands niet goed machtig is er al snel voor zorgen dat hij naar beneden kijkt in plaats van omhoog. Met alle gevolgen van dien.