Een verworven recht op flexibele werktijden

Als een werknemer die jaren lang flexibel gewerkt heeft de opdracht krijgt om ‘gewoon’ aan het werk te gaan stapt hij naar de rechter. Hij beroept zich op het verworven recht om flexibel te mogen werken, maar heeft hij dat recht?

De werknemer werkt als belastingadviseur en mag werken wanneer hij wil, zolang hij maar zijn omzet haalt. Als plotseling zijn partner overlijdt en hij de zorg voor twee kleine kinderen alleen moet dragen krijgt hij gedurende anderhalf jaar de gelegenheid om minder te werken dan in zijn arbeidsovereenkomst is overeengekomen. De werkgever ziet zich nu gedwongen door de economische omstandigheden de werknemer aan zijn uren te gaan houden. Daarop meldt de medewerker zich ziek en wil mediation om het geschil op te lossen. De mediation loopt op niets uit, omdat de werkgever niet akkoord gaat met het doel ervan, namelijk het flexibel blijven werken van de werknemer. De werknemer meldt zich opnieuw ziek en de werkgever dreigt met het staken van de loondoorbetaling.
 
Bij de voorzieningenrechter wordt in kortgeding door de werknemer geëist dat de werkgever verplicht wordt om met de mediation verder te gaan en dat hij flexibel mag blijven werken. De rechter ziet niets in verplichte mediation, ook omdat én procederen én een mediationtraject met het zelfde doel niet kan. De rechter ziet vrijwilligheid als één van de belangrijkste kenmerken van mediation en kan niet worden afgedwongen. 
 
Ook wat betreft de flexibele werktijden krijgt de werknemer niet zijn zin. Uitgangspunt is de arbeidsovereenkomst en daarin zijn de werktijden heel precies vastgelegd. Een werkgever heeft de vrijheid om beginsel vrijom na een periode van flexibiliteit de touwtjes weer aan te trekken. Zeker als daar door marktomstandigheden noodzaak toe is. De werkgever heeft ook voldan aan de eisen van goed werkgeverschap door de werknemer – na het overlijden van zijn vrouw – de gelegenheid te geven minder uren op kantoor aan het werk te zijn.
 
Zelf de uitspraak lezen? Klik hier