OR-lid mag niet ontslagen worden

Een werkgever wil een werkneemster ontslaan, omdat ze boventallig is en er geen nieuwe functie beschikbaar is. Maar omdat de werkneemster ook OR-lid is wordt om het ontslag bij de kantonrechter verzocht. Die oordeelt dat de werkgever niet kan aantonen dat het ontslag van de werkneemster niets met haar OR-werk te maken heeft en verbiedt daarom de werkneemster te ontslaan.

Het OR-lid heeft in de OR een kritische houding en die wordt haar – zowel buiten als binnen de OR – niet in dank afgenomen. Zo heeft ze aanmerkingen op het hoogte van het salaris van de CEO en de OR-leden willen dat ze stopt met haar OR-lidmaatschap en de werkgever heeft onderzocht om haar – op basis van artikel 13 van de WOR – te laten ontheffen van OR-taken. 
Als de werkneemster een be√ęindigingsvoorstel afwijst, stapt de werkgever naar de kantonrechter om haar te kunnen ontslaan. 
 
Oordeel kantonrechter
Volgens kantonrechter heeft de werkgever onvoldoende inspanning geleverd om de werkneemster te herplaatsen. Zo zijn andere werknemers wel herplaatst en is de werkneemster niet geplaatst op functies waarvoor zij haar belangstelling kenbaar had gemaakt en zijn juist externe kandidaten voor deze functies aangenomen. De rechter oordeelt dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen om de werkneemster te herplaatsen.
De kantonrechter is overtuigd dat er meer speelt dan alleen het ontbreken van een nieuwe functie voor de medewerkster. Bij interne sollicitaties is telkens commentaar op het functioneren van de werkneemster geweest, terwijl ze in haar laatste functie uitsluitend goede beoordelingen heeft gekregen. Het gaat dus vooral om de conflictsituatie in de OR. En daarmee wordt het ontslagverbod van kracht. Het verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden wordt daarom afgewezen.
 
Zelf de uitspraak lezen? Klik hier