Beroep op primaat politiek mag niet achteraf

Als over een adviesaanvraag over intergemeentelijke samenwerking een procedure ontstaat, mag niet alsnog het politiek primaat als argument ingebracht worden. Dat had van te voren duidelijk moeten zijn dat het primaat van toepassing was.

Het college van B&W van één van de twee gemeenten vraagt advies aan zijn OR over een op te richten intergemeentelijke eenheid ‘belastingen’. De OR adviseer negatief, vooral omdat de raad het niet eens is met het voorstel tot het aanstellen van een operationeel leidinggevende. De OR vindt dat de aanstelling niet strookt met de doelstelling om te bezuinigen op het management en wil daarom de extra managementlaag niet. Ook is de OR bang voor een precedentwerking bij volgende samenwerkingsverbanden. Ondanks het negatieve advies van de OR wordt toch tot het aanstellen van operationeel leidinggevende besloten. De OR stapt vervolgens naar de Ondernemingskamer (OK). Daar beroept de gemeente zich op het primaat van de politiek.
 
De Ondernemingskamer
Volgens de OK heeft de gemeente het besluit volgens artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) behandeld. Daarom kan de gemeente zich niet alsnog beroepen op het politiek primaat. Ook over het standpunt van de OR over de precedentwerking wordt een opmerking gemaakt. Volgens de OK is daar – door de tijdelijke aanstelling van de leidinggevende – niet zo veel aanleiding toe. Wel had de gemeente de OR duidelijker moeten informeren over de beoogde bestaansperiode van de functie. 
 
Zelf de uitspraak lezen? Klik hier