Wijzigingen bij bedrijfscommissies

Bij de drie bedrijfscommissies die voor overheid, profit- en non-profitsector gaat het een en ander in de werkwijze veranderen. Zo wordt mogelijk de verplichte bemiddeling geschrapt tussen bestuurder en OR, zodat die rechtstreeks een conflict naar de kantonrechter kunnen stappen. Ook wordt er geschrapt in de documenten die verplicht door elke OR bij de bedrijfscommissies moet worden aangeleverd. Als de Kamers binnenkort het wetsvoorstel tot wijziging van de WOR aannemen gaan deze veranderingen in.

Geschillen niet meer verplicht voorleggen aan Bedrijfscommissie
De algemene geschillenregeling uit artikel 36 van de Wet op de ondernemingsraden(WOR) verplicht OR en bestuurder om in een conflict eerst bemiddeling te zoeken bij de Bedrijfscommissie voordat het geschil aan de kantonrechter kan worden voorgelegd. Uit onderzoek bleek dat dit als onnodige tussenstap werd gezien, die ook nog eens extra tijd nam. De bemiddelingstaak van de Bedrijfscommissie verdwijnt niet. Ze zijn bij uitstek geschikt om een bemiddelende rol te vervullen bij conflicten tussen OR en bestuurder. Er is geen juridische ondersteuning nodig om bemiddeling te vragen; de Bedrijfscommissies zijn laagdrempelig en er vooral op gericht om tot gezamenlijk tot aanvaardbare oplossingen te komen. Op die manier worden dure rechtszaken voorkomen.

Minder OR-documenten naar de Bedrijfscommissie
De Bedrijfscommissies gaan minder administreren. Dat is het gevolg van het wegvallen van de verplichting om OR-reglementen en OR-jaarverslagen naar de bedrijfscommissie te versturen. Als de wijziging in de WOR is doorgevoerd is het niet langer nodig om het voorlopig reglement, het gewijzigde reglement of het OR-jaarverslag aan de Bedrijfscommissie op te sturen. Het opstellen en verspreiden van zo’n verslag blijft wel verplicht. Wat blijft is de verplichting om kopie van een ondernemingsovereenkomst conform artikel 32 van de WOR op te sturen. Die wordt vervolgens door de Bedrijfscommissie geregistreerd.

Het is nog niet duidelijk wanneer het wetsvoorstel in de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld.